home

Inspiratie

laat je inspireren

Fermette van de toekomst ligt in de stad

De Vlaming is nog steeds stadsschuw. Maar als we onze ecologische voetafdruk drastisch willen beperken, moeten we minder versnipperd wonen. Enter Re-Vive, dat hele wijken naar zijn hand zet, inclusief buurtschuren en crèches.

De Vlaming vreet ruimte: dagelijks zo’n 6 hectare van de schaarse grond die ons nog rest. Geen enkel Europees land of Europese regio heeft zo’n groot deel van zijn grondgebied volgebouwd, volgens het Europees ­Milieu­agentschap. En ook de Vlaamse Bouwmeester, Leo Van Broeck, luidde deze week nog eens de alarmbel: ‘We moeten dringend anders bouwen’ (DS 4 april) , want veel problemen komen voort uit de versnippering van ons woninglandschap: van onze record­files tot onze grote ecologische voetafdruk.

Welaan dan, dacht architect Nicolas Bearelle, toen hij samen met Piet Colruyt in 2009 Re-Vive oprichtte. Waar andere projectontwikkelaars een huis of woon­toren uit de grond stampen, keken Bearelle en Colruyt verder: waarom niet meteen een volledige wijk in de steigers zetten? Een CO2-neutrale woning is mooi, maar op wijkniveau worden hernieuwbare energiebronnen veel efficiënter gebruikt. En met een beetje planning ontrafel je ook nog eens de mobiliteitsknoop, vergroot je de leefbaarheid en versterk je het buurtgevoel.

‘Die integrale visie is essentieel als we steden weer aantrekkelijker willen maken’, zegt Nicolas ­Bearelle wanneer hij ons rondleidt op een grote bouwwerf in Gent. In de schaduw van de gevangenis, op een steenworp van de Coupure en naast de Groene Vallei, wordt een oude site van de olie­fabrikant Elektrion omgetoverd ­– onder de noemer Watt – tot een nieuwe duurzame wijk: met appartementen, woningen, kantoorruimtes, een park, een kunstgalerij en horeca. Iets verderop komt de Watt-factory, waar jonge start-ups rond klimaatverandering zullen werken.

Stadskankers

‘We willen de hele wijk nieuw leven inblazen’, zegt Bearelle, terwijl we op het dak de site overschouwen, zo’n 1,1 hectare. ‘Deze buurt, vlak bij de Brugse Poort, is al lang een uitdaging. Door in te zetten op creativiteit en ondernemerschap hopen we ook de buurtbewoners, met heel diverse achtergronden, mee te trekken in het verhaal.’ Een ambitieuze doelstelling, beseft ook Bearelle.

Met Re-Vive wil hij daarvoor ruimte creëren, zodat buurtbewoners elkaar kunnen ontmoeten. ‘We richten bijvoorbeeld ook een buurtschuur in, die de parochiezaal van vroeger moet vervangen. Iedereen is collectief eigenaar. Je kunt er een buurtbarbecue installeren of naschoolse opvang organiseren. Stadskankers herscheppen in een bruisende buurt waar mensen gelukkig zijn, dat is de fond van onze job.’

Vreest hij dan geen gentrificatie, waarbij de vaak armere bewoners worden verdreven door nieuwe kapitaalkrachtige stedelingen? ‘Sommige concentratiewijken, waar de mix van bewoners veel te beperkt is, hebben gewoon nood aan een beetje gentrificatie’, zegt Bearelle. ‘Het zijn echte getto’s geworden. Re-Vive heeft ook een project aan het Weststation in Molenbeek. Het kan zijn dat die buurt op termijn te duur zal worden voor sommigen, maar ze zal wel beter zijn dan ervoor. We investeren in die wijken: we bouwen een school, een crèche en we denken er zelfs aan een programmeeropleiding voor lokale jongeren te organiseren. Ook de turnzaal van de school wordt buiten de schooluren ter beschikking gesteld. Dit is een inclusief verhaal.’

Parkeerplaats delen

Bearelle spreekt met passie. Het project in Gent ligt hem na aan het hart. ‘Dit is onze thuishaven. We zullen ook onze kantoren op de Watt-site onderbrengen. In vergelijking met waar we nu zitten, boeten we in aan vierkante meters, maar toch zullen we meer ruimte hebben.’ Hoe dan? ‘Met gedeelde ruimtes. Onze vergader­zalen staan nu de helft van de tijd leeg. Als je die deelt met andere bedrijven – door ze te reserveren met een app – kunnen de zalen veel beter worden gebruikt.’

Delen en samenwerken, het zijn twee nagels waar ook de Vlaamse Bouwmeester Leo Van Broeck al op klopte. ‘En dat hoeft niet gepaard te gaan met minder privacy of comfort’, zei hij onlangs nog in deze krant (DS 18 februari) . De Watt-site speelt daar volop op in: van ondergrondse parkeerplaatsen over auto’s tot fietsen, via een deelapp kunnen die optimaal worden gebruikt. Zo staat de gemiddelde wagen 90 procent van de tijd stil en wanneer je overdag gaat werken, verkommert je parkeerplaats. Re-Vive werkt daarom samen met ontwikkelaars, zoals het autodeelplatform Tapazz. Het moet helpen om onze ecologische voetafdruk drastisch in te krimpen.

Anders denken

Alle woningen draaien op hernieuwbare energie. Dankzij warmtepompen en geothermie, met buizen die tot 90 meter diep water oppompen, komen er geen fossiele brandstoffen aan te pas. Nicolas Bearelle kijkt ondertussen al verder: in de toekomst wil hij al de energie die door een wijk wordt opgewekt – met zonnepanelen bijvoorbeeld – ook zelf consumeren, door ze op te slaan of aan elkaar door te geven. Maar in Vlaanderen blijkt dat niet evident. Het wetgevende kader loopt achter. Als je stroom aan je buurman wil geven, moet je al leverancier worden.

Wetten kunnen worden aangepast. De grote vraag is of er evenveel rek zit op de mentaliteit van de stadsschuwe Vlaming. Terwijl in de rest van de wereld 55 procent van de mensen in verstedelijkt gebied woont, is dat hier slechts 30 procent. Het duwt bewoners meer in de wagen en vergroot hun ecologische voetafdruk. ‘Maar als je mensen naar de stad duwt, terwijl ze denken dat hun villaatje op de buiten toch beter is, dan werkt het niet’, zegt Bearelle. ‘Je moet het plezier van in de stad wonen promoten. Zo kun je grote stappen zetten. Dat is onze drive.’

Tekst: Korneel Delbeke, De Standaard
Foto: Fred Debrock, De Standaard

Maarten Kooiman ontwikkelde met Tapazz een platform waarop particulieren en bedrijven hun wagen met elkaar kunnen delen. ‘De auto evolueert van statussymbool naar gebruiksvoorwerp. Waarom zou je al je spaargeld opmaken om er een te hebben?’

Het begon met zijn eigen auto. Die stond, toen Maarten Kooiman nog in Antwerpen woonde, het gros van de tijd werkloos voor de deur. Hij was als ingenieur bezig met de transitie naar elektrisch rijden. ‘Je vervangt iets slechts door iets wat een beetje beter is’, vertelt hij. ‘Toen dacht ik: nog mooier zou het zijn een deel van die wagens helemaal van de weg te halen. De gemiddelde wagen staat immers 90 procent van de tijd stil.’

Uit die denkoefening ontstond na twee jaar proefdraaien in 2014 Tapazz, een autodeelplatform voor particulieren. Een Airbnb voor auto’s, noemt Kooiman het zelf. Verhuurders zetten hun auto online, met foto, beschikbaarheid en een prijs per uur en/of per kilometer. Huurders kunnen na het opladen van hun rijbewijs en wat krediet kiezen uit de lijst. De transactie en een extra verzekering worden geregeld via Tapazz, dat een commissie van 30 procent neemt. 

‘Het concept werkt’, vertelt Kooiman, die met een team van vijf man op de Hasseltse Corda Campus zit. ‘Wie maar af en toe een auto nodig heeft, spaart de aankoop ervan uit. De verhuurder verdient een deel van zijn kosten terug. Actieve verhuurders halen er tot 300 euro per maand uit. De uitwisseling draait op vertrouwen. Je verhuurt je wagen aan mensen uit je buurt. We krijgen zelden klachten. Wie met de wagen van iemand anders rijdt, springt daar doorgaans zorgvuldig mee om.’

Cambio remt af

Iedereen wint. En de planeet? ‘Eén gedeelde wagen haalt twaalf andere van de weg’, stelt Kooiman. ‘Wie geen wagen heeft, denkt twee keer na of het wel de moeite loont er een te boeken. Maar de impact gaat verder. Elke auto die niet geproduceerd wordt, levert een aanzienlijke materiaalreductie op. Ook de CO2-uitstoot van het productieproces kun je wegstrepen. Minder wagens betekent ademruimte in onze straten. Er komt plaats vrij voor groen en andere invullingen.’

Die hefboom leverde Tapazz in 2015 de Sustainable Travel Award van Eurostar op. De jury in Londen prees het nieuwe elan dat de start-up gaf aan autodelen. Dat was een mijlpaal. Intussen beginnen mensen het principe te ontdekken. ‘Vooral jonge stedelingen staan ervoor open. Ze zien de auto niet meer als statussymbool, maar als een gebruiksvoorwerp. We hebben nu zo’n 3.000 gebruikers, vooral in Antwerpen, Gent, Hasselt, Leuven en Brussel.’

Bedrijfswagens

Niet slecht voor een project dat weinig investeerde in marketing. Maar het potentieel is veel groter, denkt Kooiman. De echte take-off wordt paradoxaal genoeg wat tegengehouden door de concurrentie met Cambio, het autodeelproject van de Vlaamse overheid. ‘In Cambio worden miljoenen subsidies gepompt, waardoor die prijzen kunstmatig laag blijven. Wie zijn auto verhuurt via ons platform, moet rond de Cambio-prijs van 2 euro per uur blijven. Dat is nipt, als je er nog iets aan wilt overhouden. Het initiatief is goedbedoeld, maar het blokkeert de verdere opgang van autodelen.’

Ondertussen kijkt Kooiman verder, naar de markt van de bedrijfswagens. Het speelveld is groot, de hefboom voor het milieu navenant. ‘Als jij je leasingwagen wilt verhuren, heb je de toestemming nodig van je werkgever. De vraag is dan voor wie de inkomsten zijn. We onderzoeken welke formules mogelijk zijn.’

Mobiliteitsbudget

De businesspoot van Tapazz rolt projecten uit voor bedrijven die openstaan voor het idee. ‘Zo biedt het consultancybedrijf Accenture een deel van zijn mobiliteit aan via een groepsaccount op Tapazz. Ze stelden vast dat jonge consultants, die bijvoorbeeld in een appartement vlak bij het Brusselse filiaal wonen, soms helemaal niet geïnteresseerd zijn in een salariswagen.’ Volgens Kooiman kan autodelen wel eens een cruciale schakel worden straks, wanneer het mobiliteitsbudget voet aan de grond krijgt in onze bedrijven.

Ook op de Corda Campus wordt het principe toegepast. In de Corda Incubator zitten een 50-tal start-ups die via het platform aan autodelen doen. De wagens worden geleverd door de garageketen Delorge. Een enthousiaste gebruiker is Tom Pennings, oprichter van het techbedrijfje Onsophic. ‘Ik werk in San Francisco, eens om de twee à drie maanden ben ik een paar dagen hier. De Campus ligt naast het station. Ik kom met de trein, en doe mijn klantenbezoeken met een deelwagen. Zelfs last minute boeken is geen probleem.’

Silicon Valley

Volgens Pennings is de transitie naar mobiliteit als dienst onvermijdelijk. ‘In Silicon Valley is dat doodnormaal. Waarom zou je je spaargeld aan een eigen auto hangen, als je er op elk moment van de dag een ter beschikking kan hebben? Het is goedkoper, comfortabel én duurzaam.’ We kijken naar buiten. De parking staat vol auto’s die blinken in de prille lentezon. Maarten Kooiman lacht. ‘Er zit nog behoorlijk wat rek op het systeem.’

Tekst: De Standaard, Ine Renson

Copyright foto: Fred Debrock

 

Nature vzw is een kansenorganisatie die via klimsporten en buitenactiviteiten maatschappelijk kwetsbare jongeren helpt om te leren, zich te ontwikkelen en aan zelfvertrouwen te winnen. Ze richtten de sociale onderneming Rising You[th] op die 'hoog' mikt voor vluchtelingen.

Rising You[th] werkt met onder meer met vluchtelingen die een verblijfsstatuut verworven hebben en dus uitzicht moeten krijgen op opleiding en arbeidsmarkt. Hun aanbod sluit aan bij de interesses van jongeren vanaf 14-15 jaar: sport, techniek, avontuur… Ze leren touwtechnieken en krijgen zin om zich te verdiepen in klimmen en andere ‘verticale’ activiteiten. Daarna kunnen ze instappen in een breed opleiding- en ondersteuningstraject dat hen klaarstoomt voor de arbeidsmarkt onder de noemer ‘A job to start life’.

“Het eerste luik wordt de klimclub”, zegt Benjamin Gérard, coördinator van NATURE. “De opleiding, het tweede onderdeel, focust op het aanleren van industriële touwtechnieken. Het derde luik is de tewerkstelling voor de achttienplussers. “De jongeren leren in een loods met schuine daken en kale wanden hoe je veilig klimt, touwen ophangt of een gordel aandoet. De veiligheidsnormen in de industrie voor hoogtewerk zijn specifiek, dus daar gaan we intensief op focussen.” 

Rising You[th] heeft contacten met verschillende sectoren die hoogtewerkers nodig hebben: telecombedrijven, windmolenbouwers, hoogspanningsleveranciers, schoonmaakbedrijven... Bedrijven die met hen in zee gaan, kiezen voor een vorm van maatschappelijk verantwoord ondernemen. "Waarom doen we dit? Wel, we gaan voor de impact: op de integratie en toekomstkansen van de jongeren, op de beeldvorming over jonge vluchtelingen, op manier van werken van onze klanten én op de toekomst van onze vzw.”

De dienstverlening gaat uit van de sterktes van de jongeren. Ze worden aangesproken op hun goesting, op een cruciale leeftijd. Ondertussen leren ze veel bij waarmee ze later verder kunnen. Ook jongeren die naar hun eigen land terug moeten, hebben daar iets aan. “De meesten volgen deeltijds onderwijs zoals lassen of elektromechanica, en onze opleiding is daar compatibel mee. Wij zorgen dat ze hun job op hoogte kunnen uitvoeren, zodat ze later meer kansen op werk krijgen."

Meer info: www.risingyou.be
foto credits: Nature vzw

Werk zoeken gaat beter met twee

Wat?

Duo for a Job is een organisatie die jonge werkzoekende immigranten koppelt aan vijftigplussers die hen willen coachen, in de overtuiging dat ze elkaars horizon verruimen. Ze liet in Brussel al 160 duo’s een halfjaar samenwerken. Met succes.

Hoe komen ze erop?

Frédéric Simonart (33) kreeg het idee tijdens zijn studies. ‘Voor mijn studie management maakte ik een eindwerk over burn-out aan het eind van de loopbaan. Vijftigplussers vertrouwden me toen toe dat ze opzagen tegen de brutale overgang die hun pensioen zou brengen, en dat het zoeken was naar een manier om hun ervaring nog tot haar recht te laten komen. Mijn daaropvolgende masteropleiding heb ik afgerond met een thesis over de toegang tot de arbeidsmarkt voor jongeren met een migratieachtergrond. In die periode leerde ik in Toulouse een vzw kennen die peterschappen regelde voor werkzoekenden. Het bracht me op het idee om mijn vijftigplussers te koppelen aan jonge migranten. Ik heb altijd in de Marollen gewoond en vond het altijd al jammer dat er geen cafés waren waar verschillende generaties en culturen elkaar ontmoetten.’

‘Ik besliste dat ik er op mijn dertigste aan zou beginnen. Ter voorbereiding werkte ik vijf jaar als hr-manager bij GDF Suez. Samen met Matthieu Le Grelle, die ervaring had opgedaan bij het Rode Kruis en Artsen Zonder Grenzen, stichtte ik in 2012 Duo for a Job.’

Waarom werkt het zo goed?

Duo for a Job is bedacht als een win-winsituatie en zo werkt het ook. Enerzijds vergroot het de kansen van de werkzoekenden: 35 tot 40 procent van hen vindt binnen een halfjaar een baan, terwijl van de Brusselse jongeren met een migratieachtergrond gemiddeld binnen een jaar maar 29 procent aan de slag kan. ‘En het gaat er niet alleen om dát veertig procent werk vindt,’ zegt Simonart, ‘maar ook dat onze duo’s jobs vinden op het juiste opleidingsniveau. Zo hadden we hier onlangs nog een jongeman uit Jemen die nu aan de slag is bij een Sint-Niklase softwareontwikkelaar, nadat hij met zijn coach het bedrijvenlandschap had verkend, een reeks oefeninterviews had gedaan, mensen had ontmoet uit het netwerk van de mentor...’

‘Naast de 40 procent die werk vindt, hebben we 40 procent die aan een stage of opleiding begint. De overige 20 procent komt er naar eigen zeggen sterker uit.’ De coaches, die volledig vrijwillig werken, zijn minstens even enthousiast. ‘Tot nu toe meldde 99 procent zich aan voor een tweede traject’, zegt Anne De Smet van Duo for a Job.

Ook de financiering is slim en nieuw

Duo for a Job wordt grotendeels gesteund door privésponsors, maar test ook een nieuw financieringsmodel uit: SIB, van social impact bond. ‘Het is een overeenkomst tussen drie partijen: de vzw, de overheid en sociale investeerders – dat kunnen stichtingen, ondernemingen of particulieren zijn. De sociale investeerders voorzien startkapitaal, zodat de vzw de kans krijgt om zich te bewijzen. In die fase zitten wij nu. Na twee jaar worden onze resultaten doorgelicht. Als blijkt dat de overheid dankzij ons werk kosten heeft bespaard – en dat blijkt hier nu al – dan betaalt ze de investering deels of volledig terug aan de investeerders. In het andere geval krijgen ze niets terug en geldt hun investering als een schenking.’

Kan ik meedoen?

Duo for a Job is nog constant op zoek naar vrijwillige coaches. Voorwaarden zijn dat je vijftigplusser bent, dat je Nederlands, Frans of Engels spreekt en dat je werkervaring hebt, in eender welke sector. Je moet je wekelijks kunnen vrijmaken om in Brussel een drietal uren samen te komen met de jongere die je begeleidt. ‘In Vlaanderen is Duo for a Job nog niet opgestart, maar er bestaan wel plannen voor’, zegt Anne De Smet.

Duo for a Job was Radicale Vernieuwer 2015!

Tekst: Dorien Knockaert, De Standaard
Beeld: Fred Debrock voor De Standaard

Nieuwsbrief

Schrijf je in op de Radicale Vernieuwers nieuwsbrief

Indien u zich inschrijft, verklaart u zich automatisch akkoord met de algemene voorwaarden.

Ja, ik wil graag interessante aanbiedingen ontvangen van Radio 1 en De Standaard en word hiervoor opgenomen in hun klantenbestand
RadicaleV_VL
22 hours 44 min ago
Heb jij radicale vernieuwende oplossing vr maatsch. probleem? Dien tot 30 april in bij @RadicaleV_VLhttps://t.co/pelEfAwN5h
Marc_Bellinkx
23 hours 53 min ago
@sergedg @RadicaleV_VL Wij gaan meedoen, maar zijn té radicaal ( volgens jullie reglementen ) 🙁
sergedg
23 hours 57 min ago