home

inspiratie

laat je inspireren

Wat is het?

Peerby is een online platform dat het makkelijk maakt om spullen van je buren of dorpsgenoten te lenen. Heb je even een barbecuestel, een partytent, een vegetarisch kookboek of een extra babystoel nodig, dan stel je de vraag in een kort bericht dat alle naburige Peerby-leden te zien krijgen.

De naam is een samentrekking van peer to peer (persoon tot persoon) en nearby (dichtbij). De technologie voor Peerby komt uit Nederland, maar het initiatief voor de Belgische versie ontstond in Gent, waar Ludo Dhelft, Kristof Morlion en Lieven D’hont – dertigers die elkaar kenden van de frisbeeclub – een systeem zochten om meer te delen.

Peerby is de jurywinnaar van de Radicale Vernieuwers 2015!

Hoe komen ze erop?

‘Ik ging verbouwen en vroeg me af of ik echt al dat materiaal moest aankopen, dat ik tenslotte maar voor beperkte duur nodig zou hebben’, vertelt Ludo Dhelft. ‘Lieven bleek er ook mee bezig: hij wilde met tien vrienden een online document aanmaken waarin iedereen tien voorwerpen beschikbaar zou stellen. En Kristof broedde op een leenplatform. We hebben een vzw opgericht en de website Wij Delen gelanceerd, om het idee te testen in Gent. Na de testfase hebben we besloten om Wij Delen te laten opgaan in de website van Peerby, om het te laten voortleven en groeien. Peerby is in Nederland al een echt bedrijf, er werkt een 25-tal mensen aan het onlineplatform waarvan wij nu ook gebruikmaken. Los daarvan varen we met Peerby België onze eigen koers.’

Waarom werkt het zo goed?

Omdat het een bijzonder gebruiksvriendelijk platform is, dat volledig vraaggestuurd werkt. Er is geen ruis van mensen die dingen aanbieden die je niet nodig hebt, en je kunt als gebruiker zelf instellen hoeveel oproepen per dag je in je mailbox wilt zien. Je hoeft je dus nooit overstelpt te voelen. De site is bovendien advertentievrij omdat Peerby België principieel tot doel heeft mensen minder te doen kopen.

Wie in een grotere Vlaamse stad woont, heeft vandaag al aardig wat Peerby-gebruikers in zijn omgeving. ‘Gent telt er nu meer dan 2.500, Antwerpen zo’n 1.500, Leuven zo’n 1.000’, vertelt Lieven D’hont. ‘In de meeste grote steden leidt 70 tot 85 procent van de oproepen tot een transactie. Het gemiddelde voor heel België is 60 procent.’

Wekelijks komen er zo’n tweehonderd à driehonderd leden bij. ‘Maar het aantal oproepen groeit trager. Om dat aan te zwengelen, zijn we de mogelijkheid aan het ontwikkelen om ook groepen te maken op Peerby. Een ladder of een snoeischaar willen de meeste mensen wel vlotjes van hun buren lenen, maar voor persoonlijkere dingen, zoals een slaapzak of een fietsbroek, kloppen sommigen toch liever aan bij een wat meer vertrouwde kennissenkring. Daarvoor zou je op Peerby groepen kunnen aanmaken onder vrienden.’

‘Ook willen we bedrijven de mogelijkheid bieden om tegen betaling hun eigen Peerby-groep te hebben. Daar bestaat belangstelling voor. Bedrijven zien er een manier in om hun steentje bij te dragen aan een ecologische samenleving, maar ook om de contacten tussen hun werknemers te bevorderen. Plus het is een extra voordeel om die werknemers aan te bieden. Je zou kunnen zeggen dat het je leven goedkoper maakt, en dat klopt, maar wij denken vooral dat het je leven beter maakt.’

Kan ik meedoen?

Ja, uiteraard, een profiel op Peerby is zo aangemaakt en het kost niets. Momenteel worden via Peerby vooral heel veel boormachines, partytenten, ladders en barbecuestellen uitgeleend. Ondergetekende hoopt heel hard dat er ook eens iemand om een feestservies, een XL-soeppot of een mooie verhalenbundel vraagt. Ze staan te wachten.

Tekst: Dorien Knockaert, De Standaard 
Beeld: Fred Debrock

WAT IS HET?

Solidare-it is een webplatform dat deze zomer gelanceerd wordt. Het wordt een slimme zoekertjessite voor solidariteit. Je zult er niets kunnen kopen of verkopen, wel hulp kunnen vragen en aanbieden. Door de software kunnen vraag en aanbod elkaar vinden.

HOE KOMEN ZE EROP?

De Brusselse ingenieur Jan Janssen (35) nam het initiatief en bezielt Solidare-it vandaag met acht andere vrijwilligers. Janssen woont ‘solidair samen’: hij betrok een kraakpand, maakte het bewoonbaar en deelt het met enkele vluchtelingenfamilies. ‘Voor allerlei zaken kunnen ze hulp gebruiken: ze hebben te weinig kleren, ze krijgen hun administratie niet alleen voor elkaar, soms hebben ze medicijnen nodig... Wij gaan dan voor hen op zoek naar mensen in de buurt die kunnen helpen, en het valt ons op dat we ook altijd iemand vinden die met plezier in de bres springt. Alleen steken we veel tijd in het zoeken naar wie pakweg nog een kinderjas heeft liggen, of wie even tijd heeft voor een klus. Dat moet efficiënter kunnen, dachten we, en we begonnen aan de ontwikkeling van een webplatform. We kregen daarbij gelukkig de hulp van een jaar IT-studenten van de UCL (Louvain-La Neuve).’

WAAROM ZOU JE ERIN GELOVEN?

Solidare-it zit nog in de testfase, de lancering is in september gepland. Maar het kon al aardig wat enthousiasme losmaken. ‘We hebben 10.000 euro opgehaald via crowdfunding. Daarmee betalen we nu de verdere ontwikkeling van de software. We hebben ook al goede respons van sociale organisaties hier in Brussel. Die spelen een cruciale rol. Het is heel belangrijk dat Solidare-it voor iederéén is: voor de vader die een babysit zoekt, voor de bejaarde die met plezier je hond uitlaat, voor de vluchtelingenfamilie die meubels nodig heeft. Omdat we beseffen dat niet iedereen voldoende internettoegang heeft, rekenen we erop dat bijvoorbeeld ook buurthuizen Solidare-it gebruiken in naam van de mensen met wie ze werken. Daar bestaat zeker enthousiasme voor. Sociale organisaties worden vaak geconfronteerd met hulpvragen waarvoor ze zelf geen tijd hebben, maar waarvan ze vermoeden dat íémand in de buurt er wel op zou kunnen ingaan.’

DACHT NIEMAND HIER EERDER AAN?

‘In Amerika heb je al wel Taskrabbit, een website waar je mensen kunt zoeken die bereid zijn om klussen voor je te doen. Maar dat gaat om klussen tegen betaling, en er zit een privé-bedrijf achter. Bij ons is het idee dat je het doet uit louter solidariteit.’ In die zin lijkt het wat op de freecycle-groepen op Facebook. ‘Maar die werken niet efficiënt: iedereen stuurt zijn vraag of aanbod naar iedereen, er wordt niet gematcht.’ Solidare-it valt misschien ook te vergelijken met de stedelijke Lets-groepen, waar mensen diensten en dingen uitwisselen in ruil voor ‘handjes’, een alternatieve munt. ‘Maar wij willen een open platform zijn en vooral geen club waar je eerst lid van moet worden. En we vermijden het muntsysteem. We willen dat je hulp kunt vragen zonder dat je daardoor schuld maakt.’

‘Wij denken dat mensen niet per se voor alles beloond willen worden. Ik vergelijk het graag met liften. Dat heb ik vroeger veel gedaan, en ik heb geweldige herinneringen aan de ontmoetingen. Ik was mijn chauffeur dankbaar en deed mijn best om goed gezelschap te zijn, de chauffeur zelf was vaak nieuwsgierig en blij dat hij me kon helpen. Tegenwoordig heb je daar betalende formules voor, zoals Blablacar.com. Alles is tot in de puntjes geregeld: waar en wanneer je wordt opgepikt, hoeveel je per kilometer betaalt. Mensen doen het nu voor het geld, niet voor het gesprek of de uitwisseling. Ze beschouwen het als een dienst. Terwijl het evengoed in ons zit om gewoon graag te helpen.’

Tekst: Dorien Knockaert, De Standaard 
Beeld: Fred Debrock

Rescoop is de publiekswinnaar van de Radicale Vernieuwers 2015! 

WAT IS HET?

Een rescoop is een groep burgers die samenwerkt om over te schakelen op hernieuwbare energiebronnen en om hun dagelijkse energieverbruik duurzamer te maken. Het woord komt van renewable energy sources cooperative. Rescoops kunnen zich bezighouden met pakweg dakisolatie en ledverlichting, maar nemen ook hun energieproductie in de hand. Alle Vlaamse rescoops samen hebben intussen 23 grote windmolens (deels in aanbouw), 3 watermolens en meer dan 350 installaties voor zonnepanelen.

HOE KOMEN ZE EROP?

‘Telkens wanneer zich een noodsituatie voordoet, zijn er burgers die niet bij de pakken blijven zitten. Veel van de jongste coöperaties werden opgericht na de kernramp in Fukushima’, vertelt Dirk Vansintjan, voorzitter van Rescoop.eu, de federatie die in Brussel de belangen behartigt van alle Europese duurzame-energiecoöperaties. ‘Het principe bestaat al bijna zo lang als er elektriciteitsnetten bestaan, maar vandaag kunnen burgers meer dan ooit het heft in handen nemen,’ schetst Vansintjan, ‘dankzij de nieuwe technologieën, en omdat de installaties om hernieuwbare energie te produceren – zonnepanelen, windmolens – relatief betaalbaar zijn.’

Vansintjan was zelf in 1991 een van de oprichters van Ecopower, een coöperatie die intussen 43.000 huishoudens van stroom voorziet en bijna 50.000 leden heeft. ‘We hadden de watermolen van Rotselaar verbouwd tot een cohousingproject avant la lettre, en brachten de oude waterturbine die in de molen zat, weer aan de praat. De kernramp van Tsjernobyl lag vers in het geheugen, en we wilden zelf iets positiefs doen in plaats van alleen maar te betogen tegen kernenergie. Zo begon het. En zo beginnen energiecoöperaties vaak klein. Met bijvoorbeeld een groepje dorpsgenoten dat zonnepanelen op de plaatselijke school wil leggen. Dat lukt, en het smaakt naar meer. Want het doet mensen voelen dat ze samen wel degelijk de macht hebben om het systeem te veranderen.’

WAAROM WERKT HET?

De kracht van de rescoops zit ’m in het aardbeimodel, zegt Vansintjan. ‘Eén aardbeiplant kan niet het hele bos bedekken, maar zij krijgt wel uitlopers, en die krijgen op hun beurt weer uitlopers. En dat is wat we met onze federatie willen doen: samen het ene na het andere nieuwe initiatief ondersteunen. Kleine lokale initiatieven zijn belangrijk, omdat ze vaak best door de bevolking gedragen worden.’ Niet onbelangrijk als het gaat over de bouw van windmolens. ‘Een wat grotere speler als Ecopower kan er wel bekomen dat niet elke lokale coöperatie haar eigen ingenieur moet aanwerven; die expertise hebben we in huis en delen we graag.’

HET BLIJFT SPANNEND

Want als rescoops echt een verschil willen maken, dan moeten ze in toenemende mate de installaties verwerven die energie produceren. ‘Voor België zijn windmolens belangrijk, en de wind is van iedereen, vinden wij. Maar in de praktijk is de Belgische wind geprivatiseerd. Hij is eigendom van wie toevallig een stuk grond heeft dat geschikt is om een molen op te plaatsen. Die krijgt er geld voor. Zijn buur kan dat dan niet meer. In plaats van een louter financieel opbod, willen wij een overheidsbeleid dat het voor burgercoöperaties mogelijk maakt om windmolens te bouwen. Want dan komt de overschakeling op hernieuwbare energie de burgers echt ten goede. Dan genieten ze er mee van, in plaats van er alleen maar voor te betalen.’

KAN IK MEEDOEN?

Jawel, dat is het hele idee. ‘We moeten af van de misvatting dat we buiten onze werkuren alleen maar domme consumenten zijn die niets kunnen ondernemen’, zegt Vansintjan. ‘Een ingenieur is thuis nog altijd een ingenieur, en als hij of zij gaat samenzitten met een accountant uit dezelfde gemeente, en een milieuactivist, en een boer, dan kunnen ze al een rescoop opstarten die prima in staat is om koers te zetten naar een duurzame lokale energiemarkt.’

Tekst: Dorien Knockaert, De Standaard 
Beeld: Fred Debrock

WAT IS HET?

Als twee bedrijven elk met een halfvolle vrachtwagen dezelfde route afleggen, kunnen ze beter samen één vrachtwagen delen. Omdat ze dat niet op eigen initiatief doen, regelt Tri-Vizor het.

In zijn kantoor in Niel beheert Tri-Vizor intussen een database met meer dan twee miljoen Europese goederenbewegingen. ‘Daarin gaan we op zoek naar bedrijven die samen kunnen laden, of die elkaars terugrit kunnen benutten. Die brengen we samen voor een gesprek. We zijn als een datingbureau dat bedrijven samenbrengt, en vervolgens als een architect tussen die bedrijven structurele logistieke samenwerkingsverbanden opzet.’

HOE KOMEN ZE ERBIJ?

Alex Van Breedam, Sven Verstrepen en Bart Vannieuwenhuyse werkten alle drie voor het Vlaams Instituut voor de Logistiek, een praktijkgericht onderzoekscentrum. ‘Daar zagen we alle knelpunten van dichtbij’, zegt Alex Van Breedam. ‘Het World Economic Forum berekende in 2009 dat één vrachtwagen op vier leeg rijdt. Van de vrachtwagens die niet leeg rijden, is de capaciteit gemiddeld amper voor 57 procent benut. En dat is nog maar het begin. Door de opkomst van het webwinkelen wordt het allemaal nog absurder. Wie iets koopt in een webshop, krijgt vaak de garantie dat het de volgende dag bezorgd wordt. Er is geen tijd om leveringen te bundelen tot de vrachtwagen vol zit. Transport kan altijd snel én het kost niets: dat is wat de consument als boodschap krijgt.’

‘Veel grote webwinkels zetten hun klanten zelfs aan om te veel te bestellen en om al wat hen bij het uitpakken niet bevalt, terug te sturen. Ook gratis. Terwijl het de maatschappij in ecologisch opzicht net veel kost. Wij denken daarom dat het hoog tijd is om transport slimmer te organiseren. Bedrijven kunnen veel intelligenter omspringen met de ruimte in hun laadbakken. Ze kunnen hun cargo laten carpoolen. Maar net zoals wanneer mensen moeten carpoolen, zit er een mentale drempel in de weg. Wat als degene met wie je meerijdt, te laat is? Hoe wordt de kost van de diesel verdeeld? Die bezorgdheden nemen wij weg voor onze klanten. We orkestreren de samenwerking met het oog op een maximale winst.’

WAAROM WERKT HET ZO GOED?

‘Met onze aanpak kunnen we de CO2-uitstoot van goederenstromen dikwijls met twintig procent verminderen’, zegt Van Breedam. ‘Maar we verminderen ook de logistieke kosten voor het deelnemende bedrijf, soms met meer dan tien procent. De winst die ontstaat door samen te werken, verdelen we volgens het principe van de speltheorie: degene die het meest bereid is om zich aan te passen aan de timing van de andere, krijgt ook het grootste deel van de winst.’

Er zit voor de bedrijven niet alleen geldwinst in. ‘Vaak kunnen ze door de samenwerking hun klanten ook frequenter beleveren. Zo kwamen we erachter dat de farmabedrijven Baxter en UCB zes bestemmingen in Oost-Europa gemeenschappelijk hadden. De ene reed er wekelijks naartoe, de andere om de tien dagen. In de samenwerking rijden ze samen, soms tweemaal per week.’

Vaak zijn het net concurrenten die hetzelfde soort transport naar dezelfde bestemmingen hebben. Dan ligt een toenadering gevoelig. De antitrustwetgeving verbiedt hen zelfs om bepaalde gegevens uit te wisselen. ‘Maar als het via ons gebeurt, is een samenwerking toch mogelijk. Wij nemen dan de rol van trustee op: wij krijgen hun gegevens, maar zij krijgen elkaars gegevens niet. We hebben zo een mooie samenwerking kunnen opzetten tussen Nestlé en PepsiCo. Ze delen nu zelfs een magazijn.’

DIT IS HET DROOMSCENARIO

‘Over afzienbare tijd zouden bedrijven het normaal moeten vinden om laadruimte te delen met elkaar’, hoopt Van Breedam. ‘Tegen dan zouden ze over die mentale drempel moeten zijn. Kilometerheffing of een CO2-taks zullen deze evolutie alleen versnellen.’

Intussen breidt Tri-Vizor zijn toepassingsgebied uit. ‘Zo hebben we in de Brusselse kanaalzone een proefproject ondersteund voor stadsdistributie: alle koeriers en transporteurs die in het centrum moeten leveren, zouden hun bestellingen in een magazijn aan de rand van de stad kunnen verzamelen. Van daaruit wordt gebundeld geleverd, met bijvoorbeeld elektrische bestelwagens, met op termijn een leefbaardere binnenstad tot gevolg.’

Tekst: Dorien Knockaert voor De Standaard 
Beeld: Fred Debrock voor De Standaard

Nieuwsbrief

Schrijf je in op de Radicale Vernieuwers nieuwsbrief

Indien u zich inschrijft, verklaart u zich automatisch akkoord met de algemene voorwaarden.

Ja, ik wil graag interessante aanbiedingen ontvangen van De Standaard en word hiervoor opgenomen in hun klantenbestand
DirkVansintjan
7 months 1 week ago
Tijd voor #energiedemocratie, hou @destandaard in de gaten de komende dagen @REScoopEU @RadicaleV_VL
ypakk
7 months 2 weeks ago
@ajdingeman @ChrTOmoeder @RadicaleV_VL @Kennisland Lijkt mij bij uitstek een radicale vernieuwer
KaatSIF
8 months 1 week ago
VisitNewIdeals
8 months 1 week ago